Hoera! Ploeg kozijnen 40 jaar!

Interview met oprichter Jos van der Ploeg

Op 14 april 2020 was het dan zover: Ploeg kozijnen – ooit begonnen als Timmerwerk v.d. Ploeg Roelofarendsveen – bestond die dag precies 40 jaar! Een goede reden om oprichter Jos van der Ploeg eens aan de tand te voelen.

Binnen zitten was niks voor hem. En ook van werken voor een baas werd hij niet gelukkig. Daarom begon Jos van der Ploeg (nu 64) als 24-jarige handyman in 1980 voor zichzelf. Hij richtte Timmerwerk v.d. Ploeg Roelofarendsveen op, later bekend als Ploeg kozijnen. Anno 2020 is hij geen Algemeen Directeur meer, maar nog wel nauw betrokken bij ‘zijn’ kindje. In het kader van het 40-jarig bedrijfsjubileum blikken we met Jos van der Ploeg terug én vooruit. Wat zijn zijn mooiste herinneringen? En wat wil hij zijn medewerkers nog meegeven?

Hoe ben je ooit ondernemer geworden?

“Goh, heb je even? Op mijn zestiende kwam ik van de technische school en begon ik bij de plaatselijke aannemer Leen Jansen. Daar hadden ze na een half jaar niet genoeg werk meer voor me, dus vertrok ik naar Van Lent in Kaag, een scheepsbouwbedrijf. Daarna kwam ik bij gebroeders Akerboom terecht in Rijpwetering. Zij hadden een timmerfabriek. Uiteindelijk begon ik in 1980 voor mezelf. Mijn vriendinnetje hielp in die tijd met de administratie. Met haar ben ik al bijna 40 jaar gelukkig getrouwd.”

Hoe is het om samen te werken met je familie?

“Prettig. Toen ik in 1980 begon, woonde ik nog thuis met mijn twee broers en drie zussen. Ik sliep met mijn broers op één kamer. Ja, en die moesten dan weleens opkrassen, want ik moest mijn werk doen. Vanaf het begin hielp trouwens ook mijn zwager al mee. Een Haagse brandweerman, die ik goed kon gebruiken bij de grotere klussen. Doordat je je tegenover je familie wil bewijzen, stond kwaliteit al vanaf het begin hoog in het vaandel. Je wil niet dat ze op een feestje slecht over je praten. En natuurlijk heb je weleens mot, vooral Sjaak en ik. Mijn broer die zich in 1984 bij het bedrijf voegde. Maar we waren ook wel echt complementair aan elkaar. Op dit moment werken er nog zo’n zeven familieleden van mij in het bedrijf.”

Maar het begon dus allemaal op dat ‘zolderkamertje’.

“Klopt. En naast dat ‘kantoor’ in mijn ouderlijk huis had ik ook nog een klein werkplaatsje van 48 vierkante meter. Dat werd al snel te klein, waarna we in 1982 verhuisden naar de werkplaats die we naast ons huis op het Zuideinde in Roelofarendsveen hadden gebouwd. Die was zo’n 70 vierkante meter en had gaten in de muur, waar de langere profielen doorheen konden. Maar dat werd al gauw ook te klein. In 1988 betrokken we ons pand op de Lasso in Roelofarendsveen. Hadden we ineens 800 vierkante meter aan ruimte, met een eigen timmerwerkplaats, kunststofwerkplaats en beneden de showroom en ons kantoor. De zolder gebruikten we voor de opslag van profielen.”

Klopt het dat er ooit een tweede productielocatie was, in Zwartemeer in Drenthe?

“Klopt. Om de omzet te verhogen startten we met Starkozijn, een franchiseformule. Ploeg kozijnen ging op dat moment goed, dus wie weet zou het ook wel aanslaan aan de andere kant van het land. Na drie jaar trokken we de stekker eruit, om ons volledig te focussen op onze onderneming in het westen. We draaiden de naam weer terug naar Ploeg. Starkozijn bestaat nog wel, als dealer van Ploeg kozijnen, in Lelystad, Katwijk en Uithoorn. De naam Starkozijn was overigens een ode aan mijn moeder. Die heette ‘Van der Star’. Ze overleed toen ik vier was, maar ik vond het een mooi eerbetoon.”

Wanneer en hoe kwamen jullie in aanraking met kunststof?

“Dat was in 1984. Sjaak en ik waren meteen enthousiast over de kwaliteit van het materiaal. En je hoeft kunststof niet te schilderen en krijgt er geen splinters van in je vingers. Vanaf 1985 produceren we kunststof. Wel hielden we hout er nog bij in het begin, voor als kunststof niet aan zou slaan. Dat was namelijk vrij nieuw in die tijd. Mensen vergeleken het nog met een wasteiltje of regenpijp: als het gevroren had, kon het materiaal uit elkaar vallen. Ondanks de sceptische reacties kregen we veel mensen enthousiast. En dat terwijl we amper reclame maakten. Dat was ook mijn ding niet, dat ‘showen’. We moesten het echt van de mond-tot-mondverhalen hebben. Gelukkig werd maatwerk van de vakman toch wel erg gewaardeerd.”

Hoe zag de productie van kunststof kozijnen er toen uit?

“Heel anders. Toen kon je met een zaag- en lasmachine al kozijnen produceren. Alles ging handmatig. Je deed een kwartier over een hoekje. En nu maken we in een fractie een heel kozijn. Leuk verhaal: Sjaak stuitte op een gegeven moment op een computer die fouten bij het opmeten van kozijnen kon voorkomen. Maar die was 11.000 gulden. Veel geld, vond ik, maar we kochten ‘m. Sjaak stond aan de wieg van de digitalisering van Ploeg.”

En de profielontwikkeling, kun je die schetsen?

“Eerst hadden we alleen wit en crème. Ook bruin, maar dat verkleurde. Al vrij snel kwamen de zogenaamde renolitfolies, waarmee je onder meer een houtlook creëert. De mogelijkheden van kunststof breidden zich rap uit. Zo wonnen we in de jaren 90 de Oud Alkemade Prijs na het renoveren van onze eigen, historische boerderij met kunststof kozijnen. De prijs werd uitgereikt aan mensen die met eigen middelen een pand in de oude staat terugbrachten. Mijn vrouw en ik wonen er nog steeds.”

Vertel eens over de samenwerking tussen Ploeg kozijnen en Deceuninck?

“In 1984 stond Deceuninck in een vakblad. Sjaak en ik werden enthousiast en reden al vrij snel daarop naar België. Deceuninck is een duurzaam, innovatief en kwalitatief sterk bedrijf. Iets wat goed bij Ploeg past. En er was geen taalbarrière en de Belgen zijn vriendelijke mensen. De duurzame relatie met Deceuninck bestaat 40 jaar later nog steeds.”

Wie waren je eerste klanten, weet je dat nog?

“O, zeker! De oom van mijn vrouw, ome Herman, was een van de allereersten. Daar plaatsen we binnenkort een nieuwe voordeur. Die man is inmiddels al in de 80. Altijd leuk als oude klanten opnieuw vertrouwen in je laten blijken met een nieuwe opdracht.”

Wat kenmerkt een echte Ploeg medewerker?

“Dat zijn medewerkers die passie hebben voor hun vak. En wat ik verder nog belangrijk vind is dat mensen het naar de zin hebben. Ik zet Ploeg graag als prettige werkgever neer. Al vind ik zelf dat ik nog wel vaker mag vragen hoe het met de collega’s gaat. Daar zijn anderen – zoals Frans Biemond, die tot 1 januari 2020 Algemeen Directeur was – weer beter in. Kijk, als mensen zich op hun gemak voelen bij je en het leuk hebben, komt dat ook je product of dienst weer ten goede. Ik geef mensen graag de vrijheid hun expertise goed uit te oefenen. En ik sta voor openheid, heb een hekel aan roddels. Dus ik hoop gewoon dat iedereen zijn deur voor elkaar open houdt. Maar volgens mij slagen we daar aardig in. Ploeg is een leuk, gepassioneerd team.”

Terugkijkend: wat zijn je mooiste herinneringen aan 40 jaar Ploeg?

“Ik denk de opening van mijn eerste werkplaats op het Zuideinde. Maar ook de andere verhuizingen zie ik als mijlpalen. En de keurmerken, hè? Ik voelde me enorm vereerd toen ik plaats nam in het VKG-bestuur. Als de branche zegt: ‘jou willen we bij de commissie’, dan is dat wel echt heel bijzonder, hoor.”